Umbrië

Eindelijk weer naar het diepe zuiden. Hitte, camping en klimmen: ik had er na een paar jaar weer zin in. Het vakantiedoel deze zomer was Umbrië. Alleen I. en ik, de jongens bleven thuis.

Aardbevingsschade in Montegallo.
Drie BIG-gen waren er te beklimmen. Twee heb ik er gehaald. De derde sloeg ik over. Niet omdat die te zwaar was of omdat ik geen zin had maar omdat het gebied rond Norcia en Arquata del Tronto veel wegafsluitingen kent. De gevolgen van de aardebeving van twee jaar geleden zijn nog overal zichtbaar. In Arquata del Tronto zag ik verwoeste huizen met de huisraad half uit het raam hangen. In ons vakantiedorp Montegallo zijn veel huizen gestut en huist het bank- en gemeentepersoneel nog steeds in noodgebouwen. Een barretje, apotheker en winkeltje zijn op de hetzelfde tijdelijke terrein gevestigd. Een bizar tafereel voor de verwende Nederlander. Op basis van welk kaartmateriaal en welke informatie kon ik een geschikte route plannen? Al snel nam ik genoegen met één BIG minder. I. zette me af aan de voet van de Forca di Presta. Na ruim een uur bereikte ik na een wonderschone klim de top van deze pas.

I. is al op de top van de Forca di Presta. Ik moet nog een paar honderd meter.
De eerste camping lag bij Assisi, aan de voet van de Monte Subasio. Wauw, wat een beklimming en entree was me dat! Mogen fietsen aan de voet van deze mooie stad, met steeds de basiliek in het vizier, was een belevenis. Memorabel was de heen-en-weer-tocht naar Spello. Prachtige uitzichten op beide steden, maar o, wat een vreselijk slechte weg ligt er tussen. Vanuit Assisi beklom ik na een mooie aanlooproute mijn 56e BIG, de Cima Mutali, een zware maar geen mooie klim.



Zware klim naar de Cima Mutali

De tweede camping lag dus in het door de aardbeving getroffen Montegallo. Ik koos voor routes over de wat grotere wegen. De lokale wegen zijn vaak heel slecht. De regionale wegen (SP-wegen; geel gemarkeerd op de Michelinkaart) zijn een stuk beter, maar voor Nederlandse begrippen altijd nog erg belabberd. Aan klimmetjes overigens geen gebrek. Een tocht van 100 km levert in dit gebied met gemak 2000 hoogtemeters op.

Wegen zijn prima aangegeven.

Een klein moment van bezinning voor de moeder van Frank.
In Civitella del Lago, een dorp tussen het prachtige Orvieto en Todi, vonden we onze derde camping. In dit heuvelachtige gebied zijn geen BIG-gen aangewezen. De naam van het dorp doet vermoeden dat het aan het meer ligt. Nee, niet helemaal dus. Eerst moeten er in 5 km ongeveer 250 hoogtemeters worden bedwongen. En dat met een temperatuur van zo'n 35 graden. De uitzichten op dorp en meer maakten alles goed.

Umbrië: goed fietsgebied, prachtige omgeving, heerlijk eten, maar wel een erg slecht wegdek. En heerlijk warm...

Petje scoren in Orvieto.

SCIC: wielerploeg in de jaren 1970 met grote namen als Guiseppe Saronni en Gianbattista Baronchelli.




Ook lezen...

Een blauwe Italiaan

Waterweekend

Gelre-tegelen