Het fietsjaar 2023
Het fietsjaar 2023 kende geen bijzondere hoogtepunten. Het aantal kilometers (11.440) bleef wat achter bij de voorgaande jaren. Dat kwam vooral door het veelvuldige gebruik van mijn BMC URS grindfiets. Daarmee gaat het allemaal wat minder hard en maakte ik wel de nodige uren maar minder kilometers. Het fietsen op de BMC levert mij wel heel veel plezier op; snelheid is minder belangrijk dan mooie routes.
Omdat er dit jaar geen gemeenten meer te befietsen waren, kon ik me helemaal richten op de tegeltjes en op nieuwe kilometers. Bijna 3.000 nieuwe kilometers vond ik dit jaar vooral in Duitsland (ik was er in het Noorden, Midden en Zuiden) en Oostenrijk. Met het beklimmen van de Brennerpas reed ik ook nog een paar honderd meter over Italiaanse wegdek. De Brennerpas was met 1.375 meter in letterlijke zin het hoogtepunt dit jaar. In figuurlijke zin vond ik de rit naar mijn moeder, langs de Rijn en via Duisburg en Homberg het hoogtepunt. Het was met 194 km ook de langste rit van het jaar.
Het betegelen van het oude hertogdom Gelre kreeg de nodige aandacht. Met nog enkele verdwaalde tegeltjes in de Betuwe en de Bommelerwaard zijn de drie kwartieren Arnhem, Nijmegen en Zutphen bedekt. Voor 2024 hoop ik heel wat werk te verzetten in het Roermondse kwartier. Een lang weekend in deze voormalige hoofdstad kan een stevige basis leggen om dit doel te bereiken.
Veel plezier had ik had ik van mijn NS Flex-abonnement. Bijna elke maand ging ik wel met de vroegste trein naar Winterswijk om dan via het Duitse achterland naar huis te fietsen. De BMC maakt het fietsen over de hobbelige wegen in Duitsland een stuk aangenamer. En omdat niemand weet dat je op deze manier heel fijn kunt fietsen bij de oosterburen, is het er erg rustig. De drukke Veluwe heb ik dit jaar nauwelijks gezien.
