Het zou deze vakantie Bretagne worden, maar we keken naar de weersvoorspellingen en besloten de zon op te zoeken en het westelijke gedeelte van Frankrijk links te laten liggen. Zo belandden we op verschillende en totaal onverwachte streken in Frankrijk.
De mini-Tour de France begon in de Morvan, een heuvelachtige, zelfs bergachtige streek iets ten oosten van de Bourgondische steden Beaune en Dijon. Om te fietsen is de streek wel geschikt: veel D-wegen en toch weinig verkeer. Uitdagend en uitgesproken is het gebied niet. Wel lagen er twee BIG-gen op mij te wachten. De weg naar de
Mont Beuvray (BIG 227, mijn 64e) is niet lang en ook niet steil, maar eenmaal op de top, bij archeologisch centrum Bibracte, vond de BIG-redactie nog een uiterst gemeen steil weggetje naar de top op 821 meter hoogte.
 |
| Mont Beuvray. |
 |
Geen BIG maar toch een aardig klimmetje naar het grote kruis
dat over Autun waakt. |
 |
| Nogmaals een blik op Autun. |
Signal d'Uchon (BIG 229, 65) was wat lastiger te vinden. Na opnieuw een onverwacht steile klim waande ik mij al op de top. Omdat ik geen aanduiding
Signal zag bestudeerde ik op de camping nog eens extra goed de kaart: blijkbaar had ik nog een paar honderd meter door moeten rijden. Daarom deed ik de dag erna de klim nog eens, maar nu vanuit het zuiden. Opnieuw zag ik de aanduiding niet. Na nog een blik op kaart en site bleek ik er toch wel geweest te zijn. Ik vond dat ik recht had op een claim.
De tweede halte was in de streek tussen de Rhône en Saint-Etienne. Acht kilometer westelijk van de rivier, met bij helder weer zicht op de Mont Blanc, vonden we een erg leuke, mooie en rustige camping. Het gebied maakt onderdeel uit van het Centraal Massief en noemt zich in het Frans het
Massif du Pilat. De hoogste toppen (
crêts) zijn 1300 tot 1400 meter hoog. Heel populair is het gebied niet bij toeristen en het lijkt wel of de lokale VVV's hun best doen om de fietsende toerist te lokken. Veel cols zijn bekroond met een heus bruin bordje met
altitude xxx en de D-wegpaaltjes vermelden vaak de hoogte. Enkele beklimmingen zijn zelfs voorzien van bordjes die per kilometer de hoogte, stijgingspercentage en afstand tot de top geven. Dat gold ook voor de twee BIG-gen die ik er beklom: de
Crêt de l'Oeillon (BIG 253, 66) en de
Col de la République (BIG 252, 67). Twee mooie klimmen, zonder meer. De eerstgenoemde klim ligt in een rustig en ruiger deel van de streek, terwijl de tweede col op een drukke, maar brede verbindingsweg ligt. Het Pilat Massief is voor de wielertoerist een echte aanrader.
 |
| Col de la République: een col met historie. |
 |
Vanaf het massief is het zicht op de Alpen imposant.
Hier zijn I. en ik op ongeveer 1350 meter hoogte. |
Toen waren de BIG-gen op. Ik fietste door een (te) dichte mist nog van Le-Puy-en-Valey naar een bergdorp 40 km verderop en weer terug. De vakantie werd afgesloten in Liverdun, een stadje aan de Moezel en niet ver van Nancy. Daar fietste ik nog ruim 150 km in een licht heuvelachtig gebied en maakte mee dat ook deze regio zich uitslooft om de wielertoerist te trekken. Dat doet zij door fietspaden en -stroken aan te leggen. Dat gebeurt op een halfslachtige manier (net als in Duitsland) zodat je als fietser met een krom stuur nooit precies weet waar je aan toe bent: moet je nu op dat fietspad of mag je op de gewone weg? Heel jammer voor deze categorie fietser want het systeem van D-wegen, waar fietser en auto dezelfde weg delen en de auto traditiegetrouw veel rekening houdt met de tweewieler, werkt supergoed en moet men vooral niet loslaten.
 |
| Mist in de Auvergne. |
 |
| Mijn mooie Stolen Goat-shirt: parel van de campings. |
Zo fietste ik ruim 700 km door zes verschillende departementen. Het land telt er 102 waarvan er 97 in Europa (Frankrijk en Corsica) liggen. Ik moet eens gaan tellen hoeveel departementen ik inmiddels heb aangetikt. Of is daar een app voor?