Vlaanderen en Pajottenland
De Berendries en De Muur. Maar ook Pajottenland, de Congoberg, het Centrum Ronde van Vlaanderen en twee geweldige boeken. Dat is wel veel te kort een erg mooie vakantie in Vlaanderen samengevat.
Voorbereiden doe je natuurlijk door de nodige kilometers te maken. Daarvoor diende het rondje Pajottenland op zondag. Pajottenland is de streek tussen Geraardsbergen en Brussel, globaal genomen. Het licht glooiend gebied behoort niet bij Oost-Vlaanderen maar bij Vlaams Brabant. Ik had een knooppuntenkaart gekocht en daarmee kon ik op een enkele dwaling na de weg goed vinden. Prachtig fietsgebied. Aanrader.
Voorbereiden op een klassieke tocht doe ik ook door goed de literatuur daarover tot me te nemen. Twee boeken had ik meegenomen en beide bleken ze erg van pas te komen. Niet zozeer door de naakte feiten over al die heuvels en kasseistroken maar vooral door het relativerende karakter van de boeken. Ontzettend gelachen heb ik met de verhalen van Luc Verdoodt. Hij beschrijft in Vlaams Toppenboek (Antwerpen 2010) 100 heuvels. Opa, kind (Briek!), studentenleven en het fietsgroepje met "midprice racers" zijn terugkerende elementen bij de beschrijvingen. Natuurlijk zijn er ook de feiten als hoogte, lengte en stijgingspercentage. De Muur van Geraardsbergen is nummer 2 op zijn lijst. De wijze waarop Verdoodt de puntenverdeling uit de doeken doet is hilarisch. Vooral het laten meewegen van de zogenaamde Ventouxfactor is een vondst!
Karl Vannieuwkerke - bekend van Sporza - beschrijft in Renner willen worden (z.p 2009) de weg die hij heeft afgelegd om op een heel behoorlijk niveau te kunnen koersen. Van wielertoerist naar een serieuze wedstrijd waaraan ook een flink aantal profs aan meedoen. Als ik ooit na een soloritje met een aardig gemiddelde wel eens de illusie had dat ik aardig kan fietsen, dan is die na lezing van Vannieuwkerks boek helemaal de kop in gedrukt. Tjonge, wat heeft hij een gedisciplineerd leven moeten leiden om tot enig niveau te komen. Een niveau heel veel hoger dan dat van mij.
Dan op dinsdag de tocht zelf. Vertrokken om een uur of negen vanaf de camping kon ik meteen de groene, zeskantige bordjes Ronde van Vlaanderen 112 km volgen. Natuurlijk was ik af en toe een bordje kwijt, maar over het algemeen was de route erg duidelijk aangegeven. Ná Oudenaarde volgden de klimmetjes elkaar snel op. Ongeveer 5 km kasseistroken moest trouwens ook nog worden verteerd. Na ruim 80 km kwam ik in de buurt van Geraardsbergen. Daar moet De Muur worden genomen, uiteraard zonder een voetje aan de grond te zetten. Geen probleem. Voordat ik er erg in had, ging het via de venijnige Bosberg alweer richting Ninove-Meerbeke. Als ik daar niet mis was gereden, was ik om half twee weer op de camping geweest, maar door mijn ongekend slecht oriëntatievermogen wist ik er toch nog een tocht van 130 km van te maken. Ik kan de solotoerversie Ronde van Vlaanderen 112 km bij iedereen aanbevelen.
De dagen daarna vulden zich met vermaak in het Centrum Ronde van Vlaanderen en het stadje Oudenaarde. Geraardsbergen werd nóg eens bezocht - in burgerkleding dit keer - om de kapel op De Muur in alle nuchterheid te bewonderen. De week werd afgesloten met een tweede rondje Pajottenland. In de buurt van Galmaarden fietste ik zo nog eens de Congoberg op, nummer 57 op de lijst van Verdoodt: "Ik zoek naar synoniemen voor 'schilderachtig': pittoresk, pastoraal, arcadisch, gracieus, picturaal of lieflijk... De top van de Congoberg brengt me telkens weer in een poëtische mood. Het uitzicht over het Pajottenland is nergens mooier. Dit is een helling met een meerwaarde. Zonde om er meteen af te dalen; de inspanning noopt niet onmiddelijk tot verpozing maar je krijgt niet elke dag een prentkaart met dit panorama voorgeschoteld."
Een week lang vakantie met de familie in Provinciaal Domein De Gavers in Geraardsbergen. En zeg je Geraardsbergen dan zeg je "Fietsen!" en "De Muur!". Ik kreeg alle vrijheid om erop uit te trekken. Het hoogtepunt zou volgens zorgvuldige planning plaatsvinden op dinsdag 3 mei: de toerversie van de Ronde over 112 km. Ik kan wel stoer zeggen "bij weer of geen weer" maar dat is onzin, want voor de hele week werd droog weer voorspeld met veel zon en temperaturen rond de 16 graden.
Voorbereiden doe je natuurlijk door de nodige kilometers te maken. Daarvoor diende het rondje Pajottenland op zondag. Pajottenland is de streek tussen Geraardsbergen en Brussel, globaal genomen. Het licht glooiend gebied behoort niet bij Oost-Vlaanderen maar bij Vlaams Brabant. Ik had een knooppuntenkaart gekocht en daarmee kon ik op een enkele dwaling na de weg goed vinden. Prachtig fietsgebied. Aanrader.
Voorbereiden op een klassieke tocht doe ik ook door goed de literatuur daarover tot me te nemen. Twee boeken had ik meegenomen en beide bleken ze erg van pas te komen. Niet zozeer door de naakte feiten over al die heuvels en kasseistroken maar vooral door het relativerende karakter van de boeken. Ontzettend gelachen heb ik met de verhalen van Luc Verdoodt. Hij beschrijft in Vlaams Toppenboek (Antwerpen 2010) 100 heuvels. Opa, kind (Briek!), studentenleven en het fietsgroepje met "midprice racers" zijn terugkerende elementen bij de beschrijvingen. Natuurlijk zijn er ook de feiten als hoogte, lengte en stijgingspercentage. De Muur van Geraardsbergen is nummer 2 op zijn lijst. De wijze waarop Verdoodt de puntenverdeling uit de doeken doet is hilarisch. Vooral het laten meewegen van de zogenaamde Ventouxfactor is een vondst!
Karl Vannieuwkerke - bekend van Sporza - beschrijft in Renner willen worden (z.p 2009) de weg die hij heeft afgelegd om op een heel behoorlijk niveau te kunnen koersen. Van wielertoerist naar een serieuze wedstrijd waaraan ook een flink aantal profs aan meedoen. Als ik ooit na een soloritje met een aardig gemiddelde wel eens de illusie had dat ik aardig kan fietsen, dan is die na lezing van Vannieuwkerks boek helemaal de kop in gedrukt. Tjonge, wat heeft hij een gedisciplineerd leven moeten leiden om tot enig niveau te komen. Een niveau heel veel hoger dan dat van mij.
Dan op dinsdag de tocht zelf. Vertrokken om een uur of negen vanaf de camping kon ik meteen de groene, zeskantige bordjes Ronde van Vlaanderen 112 km volgen. Natuurlijk was ik af en toe een bordje kwijt, maar over het algemeen was de route erg duidelijk aangegeven. Ná Oudenaarde volgden de klimmetjes elkaar snel op. Ongeveer 5 km kasseistroken moest trouwens ook nog worden verteerd. Na ruim 80 km kwam ik in de buurt van Geraardsbergen. Daar moet De Muur worden genomen, uiteraard zonder een voetje aan de grond te zetten. Geen probleem. Voordat ik er erg in had, ging het via de venijnige Bosberg alweer richting Ninove-Meerbeke. Als ik daar niet mis was gereden, was ik om half twee weer op de camping geweest, maar door mijn ongekend slecht oriëntatievermogen wist ik er toch nog een tocht van 130 km van te maken. Ik kan de solotoerversie Ronde van Vlaanderen 112 km bij iedereen aanbevelen.
De dagen daarna vulden zich met vermaak in het Centrum Ronde van Vlaanderen en het stadje Oudenaarde. Geraardsbergen werd nóg eens bezocht - in burgerkleding dit keer - om de kapel op De Muur in alle nuchterheid te bewonderen. De week werd afgesloten met een tweede rondje Pajottenland. In de buurt van Galmaarden fietste ik zo nog eens de Congoberg op, nummer 57 op de lijst van Verdoodt: "Ik zoek naar synoniemen voor 'schilderachtig': pittoresk, pastoraal, arcadisch, gracieus, picturaal of lieflijk... De top van de Congoberg brengt me telkens weer in een poëtische mood. Het uitzicht over het Pajottenland is nergens mooier. Dit is een helling met een meerwaarde. Zonde om er meteen af te dalen; de inspanning noopt niet onmiddelijk tot verpozing maar je krijgt niet elke dag een prentkaart met dit panorama voorgeschoteld."









