Terug van vakantie

Geen meter vlak, maar voortdurend op en af ga je in de Dordogne. Ik ben terug van twee en een halve week vakantie in de Dordogne. Beter gezegd: de Lot en de Dordogne. Want zo heten deze departementen officieel.
In de Lot zaten we op een prachtige camping nabij het dorp Montfaucon dicht bij het mooie stadje Gourdon. De camping lag 600 meter en bijna 60 meter hoger van de weg zodat ik elke keer mijn tochtjes moest eindigen met een soort Keutenberg. Een heel gemeen stukje was zelfs wel 20%!
Zes keer heb ik vanaf deze camping een tochtje gemaakt, niet minder dan 40 km en niet meer dan 65 km met een gemiddelde van rond de 28-29 km/u en 500 tot wel bijna 1.000 hoogtemeters. Absoluut hoogtepunt was mijn zondagse tocht naar Rocamadour. Een bedevaartsstadje strak tegen de rotswand aangebouwd. Precies om 10.00 uur 's-ochtends, onder het luid gebeier van de klokken, reed ik met het fabuleuze uitzicht op kerk en kasteel naar het stadje toe. Ook heel leuk was het rijden door het chaotische centrum van Gourdon, langs de winkels en terassen.
Na Montfaucon verbleven we nog enkele dagen op een camping in Thiviers, in de wat saaiere Périgord Vert. In deze streek heb ik nog twee tochten van 50 km gemaakt. Doordat het plateaulandschap hier ontbreekt, lijkt het minder heuvelachtig. Maar schijnt bedriegt: wel degelijk moesten de klimspieren worden aangesproken. Kijk maar eens naar deze cijfers:
De Dordogne: een prachtig fietsgebied voor wie van lekker, relaxed fietsen over rustige D-wegen houdt en een klimmetje niet schuwt. Cols van naam ontbreken. En dat is wel jammer - maar dan vooral voor de statistieken!